Twee weken geleden stond er een ambulance voor een huis, een stukje verder dan mijn straat. Er woonde een oudere man wist ik, niet heel oud, een beetje oud. Ik zag hem weleens op zijn bruine bank zitten, tv kijkend. Hij leek wat op Bassie, maar dan aantrekkelijker en slanker. Uit zijn huis kwamen twee ambulancemedewerkers, een ambulancevrouw met blonde krullen, de man weet ik niet meer te beschrijven. Ze hadden een brancard bij zich met een hoopje lakens. Het hoopje was te klein om een volwassen lichaam in zich te hebben. Gelukkig, dacht ik. Nu stapte ook de bewoner in de deuropening. Hij droeg een wit overhemd en een jeans. Het overhemd stond wat strak en zijn buik bolde over zijn riem. De ambulance mevrouw gaf hem een formulier, hij keek ernaar, zei dag en zwaaide ze uit.
Een dag later stond er een lijkwagen voor de deur. De voordeur stond open. Ik vond het ongepast om door het raam naar binnen te kijken.
Nog een dag later stond er een vrachtwagen van de Kringloop geparkeerd op de stoep. Op de laadklep stonden twee bruine nieuwe kasten met een touw er omheen. De voordeur was open. Een vrouw stofzuigde de hal. Binnen stonden de verhuizers om zich heen te kijken in de half lege woning.
Een week later. De woonkamer was leeg en donker. Er stond een bezem tegen de rechter muur. Alsof hij er tegenaan leunde en een sigaretje rookte. In de achtertuin scheen een zonnig licht die de kamer niet bereikte, maar waardoor ik een tuinset zag. Twee statige tuinstoelen met de rug naar het huis toe, keken de zon in.
Vanmorgen was de woonkamer ineens verlicht, de muren kaal, in het venster een pot witte latex. De voordeur open, een krat met schoonmaakspullen op de deurmat.
vrijdag 28 oktober 2016
Stukjes
Het leek me leuk m'n stukjes bundelen, daarom ben ik een blog begonnen. Hier zullen dus voortaan mijn nieuwe stukjes staan.
Anita
Hieronder het stukje dat ik vanmorgen schreef...
Vannacht toen ik even wakker was om zoon eten te geven vroeg ik me af wanneer ik was begonnen met fotograferen. Ik had pas laat een camera, de eerste was een wegwerp waar ik soms straatfoto's mee maakte. Veel deed ik er niet mee. Maar toen ik 18 was solliciteerde ik bij de plaatselijke (klein dorpje halverwege NL) fotograaf in de Peulenstraat. Ik had vaak naar de etalage staan kijken waar jonge bruidjes glimlachten voor een roze achtergrond naast een jonge jongen die voor de gelegenheid gel in zijn haren had gedaan. Zo'n grote pot gel van Kruidvat die zo stonk, waarschijnlijk. Trouwen zou ik nooit doen had ik me al vroeg voorgenomen, maar trouwfoto's maken leek me wel wat.
Maar helaas gaven ze de voorkeur aan de grote blonde oudere jongen en ik vergat het idee een tijdje.
Totdat ik een paar jaar later een jaartje moest wachten voordat ik naar de school voor journalistiek kon. One Hour Super Photo in het centrum van Rotterdam zocht een verkoopster.
Er stonden vooral vakantiefotoboeken in de etalage. Van die knalblauwe met getekende parasols erop en zonnebrillen. Ik maakte kennis met Conchita, een Spaans meisje, ouder dan ik, de helft kleiner en een enorme bos donkere krullen en lange nagels waar meestal zwarte randjes onder zaten. Ze lachte altijd en zei bij alles wat ze me uitlegde: 'ach, het is allemaal niet zo belangrijk'.
Ik verkocht de fotoboeken, nam fotorolletjes in, rekende de ontwikkelde foto's af en mocht af en toe ook bij de ontwikkelaar zitten. Een enorme machine achter in de winkel die veel zelf deed, het enige wat je moest doen was de rolletjes erin zetten en onderweg kijken of de foto's niet te licht of te donker waren. Ik zag voor het eerst hoe een negatief eruit zag. Alles wat in het echt donker was werd wit. Conchita riep me af en toe grinnikend naar zich toe en wees dan op een negatief waar een enorme witte streep op stond. Ik kwam uit een dorp en was nogal beschermd opgevoed en had geen idee wat die streep was. Pas toen de foto ontwikkeld was zag ik het. Soms mocht ik naar de Bergweg waar nog een filiaal was. Maar hier hingen overal zwarte stukken plastic voor de ontwikkelmachine.
De filiaalhoudster was een net meisje met blond haar, altijd chagrijnig kijkend en ik verbaasde me dat ze elke dag zwarte sokken aan had die eruit zagen alsof ze zo uit de verpakking kwamen. Ze liet me vaak achter de machine zitten. Ik tilde dan het zwarte plastic op en bekeek de foto's. De filiaalhoudster had me al verteld dat de foto's weleens anders konden zijn dan ik gewend was. Ik zat achter het apparaat, keek een beetje naar buiten, het was een drukke straat, veel fietsers en winkelende mensen. Soms kwam een vriendin van de filiaalhoudster koffie drinken. Ze zaten in een hoekje voorin de winkel. De vriendin had net wat rolletjes meegebracht, ze had een club in de buurt. Ik ontwikkelde het eerste rolletje en zag een nette gezette oude man in tweedelig pak. Het pak ging de volgende foto uit, even later lag hij op de grond. Met witte touwen om zich heen. Een foto later stond er een hakschoen op zijn onderbuik. Ik keek achter me of niemand het gezien had. Hield mijn hand voor het raampje van het apparaat. De filiaalhoudster keek achter zich en glimlachte. Het volgende rolletje was er een van een feestje waar iedereen zichtbaar dronken was en gekleed in zwarte leren en latex kleding. Sommigen met een zwarte leren hoed. Dansend, lachend, drinkend, zoenend, springend. En ineens zag ik hem op de foto, zijn ogen zo scheel als die van een vermoeid kind, zijn mond groot als van een hond die op zijn prooi afrent. Mijn ex. Ik drukte de foto's snel af. De filiaalhoudster liep langs en vroeg of ik het snel wilde doen. Ze had haar schoenen uitgedaan, kriebelde aan haar tenen. Ik keek naar mijn sokken die grijsgewassen waren. 'Je kunt zo wel weer terug naar het andere filiaal', zei ze. 'Het is vandaag toch niet druk'.
Een maand later werd ik aangenomen op de HKU. En stopte mijn fotografieloopbaan voor een paar jaar.
Anita
Hieronder het stukje dat ik vanmorgen schreef...
Vannacht toen ik even wakker was om zoon eten te geven vroeg ik me af wanneer ik was begonnen met fotograferen. Ik had pas laat een camera, de eerste was een wegwerp waar ik soms straatfoto's mee maakte. Veel deed ik er niet mee. Maar toen ik 18 was solliciteerde ik bij de plaatselijke (klein dorpje halverwege NL) fotograaf in de Peulenstraat. Ik had vaak naar de etalage staan kijken waar jonge bruidjes glimlachten voor een roze achtergrond naast een jonge jongen die voor de gelegenheid gel in zijn haren had gedaan. Zo'n grote pot gel van Kruidvat die zo stonk, waarschijnlijk. Trouwen zou ik nooit doen had ik me al vroeg voorgenomen, maar trouwfoto's maken leek me wel wat.
Maar helaas gaven ze de voorkeur aan de grote blonde oudere jongen en ik vergat het idee een tijdje.
Totdat ik een paar jaar later een jaartje moest wachten voordat ik naar de school voor journalistiek kon. One Hour Super Photo in het centrum van Rotterdam zocht een verkoopster.
Er stonden vooral vakantiefotoboeken in de etalage. Van die knalblauwe met getekende parasols erop en zonnebrillen. Ik maakte kennis met Conchita, een Spaans meisje, ouder dan ik, de helft kleiner en een enorme bos donkere krullen en lange nagels waar meestal zwarte randjes onder zaten. Ze lachte altijd en zei bij alles wat ze me uitlegde: 'ach, het is allemaal niet zo belangrijk'.
Ik verkocht de fotoboeken, nam fotorolletjes in, rekende de ontwikkelde foto's af en mocht af en toe ook bij de ontwikkelaar zitten. Een enorme machine achter in de winkel die veel zelf deed, het enige wat je moest doen was de rolletjes erin zetten en onderweg kijken of de foto's niet te licht of te donker waren. Ik zag voor het eerst hoe een negatief eruit zag. Alles wat in het echt donker was werd wit. Conchita riep me af en toe grinnikend naar zich toe en wees dan op een negatief waar een enorme witte streep op stond. Ik kwam uit een dorp en was nogal beschermd opgevoed en had geen idee wat die streep was. Pas toen de foto ontwikkeld was zag ik het. Soms mocht ik naar de Bergweg waar nog een filiaal was. Maar hier hingen overal zwarte stukken plastic voor de ontwikkelmachine.
De filiaalhoudster was een net meisje met blond haar, altijd chagrijnig kijkend en ik verbaasde me dat ze elke dag zwarte sokken aan had die eruit zagen alsof ze zo uit de verpakking kwamen. Ze liet me vaak achter de machine zitten. Ik tilde dan het zwarte plastic op en bekeek de foto's. De filiaalhoudster had me al verteld dat de foto's weleens anders konden zijn dan ik gewend was. Ik zat achter het apparaat, keek een beetje naar buiten, het was een drukke straat, veel fietsers en winkelende mensen. Soms kwam een vriendin van de filiaalhoudster koffie drinken. Ze zaten in een hoekje voorin de winkel. De vriendin had net wat rolletjes meegebracht, ze had een club in de buurt. Ik ontwikkelde het eerste rolletje en zag een nette gezette oude man in tweedelig pak. Het pak ging de volgende foto uit, even later lag hij op de grond. Met witte touwen om zich heen. Een foto later stond er een hakschoen op zijn onderbuik. Ik keek achter me of niemand het gezien had. Hield mijn hand voor het raampje van het apparaat. De filiaalhoudster keek achter zich en glimlachte. Het volgende rolletje was er een van een feestje waar iedereen zichtbaar dronken was en gekleed in zwarte leren en latex kleding. Sommigen met een zwarte leren hoed. Dansend, lachend, drinkend, zoenend, springend. En ineens zag ik hem op de foto, zijn ogen zo scheel als die van een vermoeid kind, zijn mond groot als van een hond die op zijn prooi afrent. Mijn ex. Ik drukte de foto's snel af. De filiaalhoudster liep langs en vroeg of ik het snel wilde doen. Ze had haar schoenen uitgedaan, kriebelde aan haar tenen. Ik keek naar mijn sokken die grijsgewassen waren. 'Je kunt zo wel weer terug naar het andere filiaal', zei ze. 'Het is vandaag toch niet druk'.
Een maand later werd ik aangenomen op de HKU. En stopte mijn fotografieloopbaan voor een paar jaar.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
